Prinsjesdag: "Nederland blijft een land van vrijwilligers"

Prinsjesdag, de derde dinsdag van september, is ieder jaar weer een bijzondere dag. Deze dag draait om tradities die in ere worden gehouden en de nodige symboliek die daarbij hoort. Het kabinet presenteert ieder jaar gewoontegetrouw de nieuwe begroting, ambities en budgetten. Uiteraard was er ook aandacht voor sport.

Zo noemde de Koning het Preventieakkoord en Sportakkoord twee belangrijke pijlers voor het in stand houden van betaalbare en kwalitatieve zorg. Ook de positie van de vrijwilligers werd nog maar eens aangehaald in zeer positieve zin. "Nederland blijft een land van vrijwilligers", zo memoreerde de Koning.

Sportakkoord

In de zomer van 2018 tekende minister van sport Bruno Bruins het eerste Nationaal Sportakkoord. In het Sportakkoord staan zes ambities voor de sportwereld. Nu zijn de gemeenten aan zet om de doelstellingen op lokaal niveau vorm en inhoud te geven.

Sinds april dit jaar zijn door heel Nederland inmiddels circa 175 gemeenten aan de slag gegaan om hun lokale Sportakkoord invulling te geven. Dat gebeurt zelfstandig of met behulp van een sportformateur. In november 2019 is het voor gemeenten wederom mogelijk een bijdrage te vragen voor de bekostiging van een sportformateur. Nadat de formateur de lokale sportaanbieders bijeen heeft gebracht en met hen tot plannen is gekomen, kan de gemeente vervolgens via en onder regie van een Sportadviseur tot uitvoering komen van de plannen, samen met de sportverenigingen.

Het is voor tennisverenigingen belangrijk om in ieder geval aan tafel te komen bij de formateur.

Tennis brengt maatschappelijk al veel goeds in onze sportwereld, maar er liggen nog veel meer kansen om tennis in allerlei verschijningsvormen goed op de kaart te zetten. Nu is het moment om de zichtbaarheid en toegevoegde waarde van tennis goed op het netvlies te krijgen van de lokale politiek. In veel gemeenten is tennis helaas uit het zicht verdwenen. Vaak omdat er van uitgegaan wordt dat de tennisverenigingen zich zelf wel redden. Dat is gelukkig ook vaak zo, maar de waardering daarvoor en wat tennis dan bijdraagt aan het lokale welzijn wordt veel minder (h)erkend. Tijd dus om daar verandering in te brengen en om daarmee ook steun vanuit de lokale overheid te krijgen als daar aanleiding toe is.

Klik hier voor meer info over het Sportakkoord en de lokale aanpak.

Investeringen in sport

Voor de verduurzaming van sportaccommodaties wordt in 2020 € 159,4 miljoen beschikbaar gesteld. Ook is er budget beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van buurtsportcoaches. Buurtsportcoaches moeten verbindingen gaan leggen tussen sport en sectoren als onderwijs, cultuur, zorg, welzijn en buitenschoolse opvang. In totaal is hier door minister Bruins in 2020 € 73 miljoen voor vrij gemaakt.

Naast deze maatregelen van VWS zijn er nog een aantal maatregelen aangekondigd die de sport raken. Hieronder volgt het overzicht:

  • Opengaan van de online Kansspelmarkt in 2020
    De nieuwe kansspelen op afstand gaat in werking treden in 2020. Via deze wet wordt de vraag naar online kansspelen gekanaliseerd naar legaal, veilig en verantwoord aanbod. Dit geldt ook voor het gokken op sportwedstrijden.
  • Informatieplicht verduurzaming verenigingen
    De informatieplicht rond energiebesparende maatregelen verplicht tennisverenigingen te melden of ze voldoen aan de energiebesparingsverplichting. In 2020 maakt EZK € 2,5 miljoen vrij om de informatieplicht van verenigingen over energiebesparing te vergemakkelijken.
  • Btw-vrijstelling: verhoging plafond van regeling
    De aanvragen van gemeenten voor de btw-sportvrijstelling via de Specifieke Uitkering Sport waren hoger dan vooraf ingeschat. Deze vrijstelling heeft betrekking op subsidieaanvragen voor de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties, of voor de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen. Het plafond van de regeling wordt daarom opgehoogd met structureel  €22 miljoen per jaar.
  • Kennis en innovatie sportbeleid
    In totaal is voor kennissubsidies en -opdrachten € 7,9 miljoen beschikbaar in 2020. Om uitvoering te geven aan de Nationale Kennisagenda Sport en Bewegen is een onderzoeksprogramma 2018–2020 ontwikkeld.
  • Dopingautoriteit
    Voor het tegengaan van dopinggebruik wordt aan de Dopingautoriteit een bijdrage van € 2,5 miljoen beschikbaar gesteld.
  • Preventieakkoord
    Eind 2018 heeft het kabinet met 70 partijen (waaronder ook de sportsector) het preventieakkoord gesloten met als doel roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht terug te dringen. Specifiek voor de uitwerking van dit akkoord heeft het kabinet voor 2020 € 21,2 miljoen beschikbaar gesteld.
  • Maatschappelijke diensttijd
    Het kabinet gaat € 39 miljoen investeren in de maatschappelijke diensttijd. Het kabinet wil dat jongeren via de maatschappelijke diensttijd door vrijwilligerswerk meer feeling krijgen met de samenleving. Dit vrijwilligerswerk kan ook worden uitgevoerd bij tennisverenigingen. Tennis verbindt mensen en daarbij is iedere hulp die ook nog eens bijdraagt aan de eigen ontwikkeling zeer welkom. De KNLTB heeft samen met onder meer de KNVB hierover een subsidieaanvraag ingediend bij het ministerie VWS.

Enkele highlights voor de sport uit de overige begrotingen

  • Onderwijs
    Voor scholen in het primair onderwijs is er in 2020 € 333 miljoen beschikbaar om de werkdruk te verlagen. Scholen mogen zelf bepalen hoe ze de werkdruk aanpakken. Bijvoorbeeld door meer personeel aan te nemen of kleinere klassen te vormen. Hier ligt een kans voor de sport, want ook het aanstellen van vakleerkrachten bewegingsonderwijs kan bijdragen aan het verlagen van de werkdruk.

  • Sport en arbeidsmarkt
    Zoals eerder al bekend was zal op 1 januari de Wet Arbeidsmarkt in Balans in werking treden. Deze wet raakt alle sectoren, dus ook de sport. Denk bijvoorbeeld aan de invoering van striktere criteria rond transitievergoedingen. Dit najaar zal VWS een symposium over de arbeidsmarkt Sport organiseren om deze in de volle breedte te beschouwen.

  • Jeugdzorg
    Het kabinet stelt tot en met 2021 ruim € 1 miljard extra ter beschikking voor de jeugdzorg. Gemeenten krijgen hiermee extra middelen om hulp en ondersteuning te bieden aan kwetsbare jongeren.