Basisinfo verzekeringen

Basis informatie over verzekeringen voor een vereniging.

1. Aansprakelijkheidsverzekering

Een aansprakelijkheidsverzekering is voor iedere vereniging een must. Verenigingen kunnen de volgende risico’s lopen: een lid loopt letsel op door slecht onderhouden banen, gebreken aan het clubgebouw of de voorzieningen in het gebouw. Of een lid loopt voedselvergiftiging op door onvoldoende toezicht in de kantine of een lid raakt gewond door een gloeiend hete waterstraal tijdens het douchen door een gebrek in de installatie. Verder kan een lid letsel oplopen door foute aanwijzingen van de in dienst zijnde tennisleraar. Bij aansprakelijkheidsverzekeringen is het van belang dat alle personen die voor de vereniging activiteiten verrichten onder de dekking vallen, zoals:

  • vereniging als zodanig;

  • bestuursleden;

  • leden;

  • personeel (trainer, groundsman, en/of kantinebeheerder);

  • vrijwilligers die activiteiten verrichten voor de vereniging.

Verenigingen kunnen gebruik maken van de (gratis) collectieve aansprakelijkheids-verzekering die de KNLTB heeft afgesloten. Aanmelding hiervoor vóór 1 januari van het geldende jaar bij het bondsbureau te Amersfoort.

2. Ongevallenverzekering

Deze verzekering keert een eenmalige som geld uit in het geval dat een ongeval bij de verzekerde rechtstreeks de dood, blijvende invaliditeit of tandheelkundige behandeling tot gevolg heeft. De KNLTB heeft ten behoeve van al haar leden een collectieve ongevallenverzekering afgesloten. 

3. Rechtsbijstandverzekering

Deze verzekering biedt dekking voor rechtsbijstand indien u in rechte wordt aangesproken en er dus een juridisch geschil is. Deze rechtsbijstand zal in eerste instantie door de verzekeraar zelf worden verleend. Mocht het tot procederen voor een rechtbank komen dan kunt u in de meeste gevallen zelf een advocaat aanwijzen die dan uw verdere belangen zal behartigen. Er is altijd een maximum bedrag dat u aan externe kosten mag maken. Algemeen geldt dat iedere rechtsbijstandverzekeraar een aangebrachte zaak in behandeling neemt om te beoordelen of er polisdekking is. Is deze dekking er niet dan zal de verzekeraar dit tegenover u altijd beargumenteren. Mocht u aansprakelijk worden gesteld voor veroorzaakte schade aan een derde, dan dient u dat niet bij uw rechtsbijstandverzekeraar, maar direct bij uw aansprakelijkheids- verzekeraar te melden. Deze zal, in geval van dekking op de polis, de verdediging tegen deze aansprakelijkstelling op zich nemen, ook indien het tot een rechtszaak leidt. Een rechtsbijstandverzekering biedt voor dergelijke claims geen dekking. Ook wanneer er sprake is van van opzet, fiscale problemen en incassovorderingen is dit niet gedekt.

Bij de overweging om deze verzekering af te sluiten kunt u in elk geval betrekken het gegeven dat besturen van verenigingen via de KNLTB gebruik kunnen maken van juridische bijstand. Verdere informatie hierover kunt u opvragen bij de afdeling juridische zaken van de KNLTB.

4. Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering

Bestuursleden kunnen fouten maken in hun beleid en dit kan schade tot gevolg hebben (meestal vermogensschade). Indien het bestuur deze fout (voortkomend uit een handelen of nalaten) is aan te rekenen, kan het bestuur of het bestuurslid voor wiens rekening deze fout komt, aansprakelijk worden gehouden voor de ontstane schade. De gewone aansprakelijkheidsverzekering dekt zulke schade niet. In het ergste geval kan een dergelijke schade het bestuurslid in het privévermogen treffen.

Indien er echter een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is afgesloten voor het bestuur, zal deze in de meeste gevallen dekking bieden tot maximaal de verzekerde som. Tevens zal deze verzekering de verdediging op zich nemen indien de aanspraak betwist wordt. Het spreekt voor zich dat ook deze polis uitsluitingen kent, waarvan de belangrijkste zijn: opzet of grove nalatigheid. Als voorbeeld hiervan het volgende. Stel: een bestuur besluit geen opstal/inventarisverzekering te sluiten voor de eigendommen van de vereniging. Door brand gaat vervolgens alles verloren, waardoor de vereniging in financiële moeilijkheden komt. Het niet sluiten van een opstal/inventarisverzekering, terwijl het bestuur wist of kon weten dat de vereniging niet in staat is een dergelijk risico zelf te dragen, wordt aangemerkt als grove nalatigheid. Ook schade betreffende dood of letsel, inclusief de gevolgschade hieruit, is uitgesloten. Dit dient aangebracht te worden bij de aansprakelijkheidsverzekeraar. Anders dan men wellicht zou vermoeden, blijkt het in de praktijk erg mee te vallen met het aansprakelijk stellen van bestuursleden wegens het niet behoorlijk vervullen van opgedragen taken. In de eerste plaats is het vaak helemaal niet duidelijk of een bepaald handelen van een bestuurslid nu wel of geen behoorlijke vervulling van zijn taak inhoudt. Bijna altijd zal een bestuurslid redenen voor zijn handelen kunnen geven en kunnen beargumenteren dat deze handeling op dat moment de vereniging ten goede zou komen of in ieder geval niet zou schaden.

In de tweede plaats moet een niet redelijk handelen door de vereniging (lees: algemene ledenvergadering) worden bewezen. Ook hier voor geldt “gelijk hebben is één, maar gelijk krijgen is twee”.
In de derde plaats moet worden aangetoond dat de vereniging schade heeft geleden door het niet behoorlijk handelen van een bestuurslid. Verenigingen zullen echter zelf een afweging moeten maken of er wel of geen bestuurdersaansprakelijkheids-verzekering wordt afgesloten. In ieder geval is het belangrijk om zorg te dragen voor een goede verslaglegging van de besluiten binnen uw vereniging. 

5. “Brand”verzekering (opstal, inventaris)

Anders dan de term brandverzekering doet vermoeden biedt deze verzekering dekking tegen meer dan alleen brand. De term uitgebreide gevarenverzekering zou meer op zijn plaats zijn. Dekking wordt onder meer geboden tegen brand, blikseminslag, vliegtuigschade, storm, diefstal na braak en waterschade (niet via riolering binnenkomend), enz. Uitgesloten is onder andere opzet van de verzekeringnemer zelf, kernexplosies en overstromingen. Alleen eigen gebouwen en eigen inventaris/goederen kunnen verzekerd worden. Gedekt zijn: gebouwen (kantine, kleedlokalen of andere opstallen) of inventaris van deze gebouwen. Tot een opstal behoort alles wat aard- en nagelvast is en niet zonder hal- en breekwerk los te maken is van deze opstallen. Tot de inventaris behoren ruwweg alle andere zaken benodigd voor de inrichting van een gebouw. Door aan inventaris de term “goederen” te koppelen, vallen ook de voorraden en andere zaken onder deze dekking. Indien een gebouw gehuurd is en de goederen/inventaris zijn wel verzekerd maar het gehuurde gebouw niet, kan er een rubriek huurderbelang worden verzekerd. Hieronder vallen dan de veranderingen en/of verbeteringen aan het gebouw die de huurder zelf heeft aangebracht maar die niet tot de inventaris of goederen behoren. Denk aan schilderwerk, verbouwing enz. Het verzekerde bedrag van een opstal kan het beste door middel van een taxatie worden vastgesteld om onderverzekering te voorkomen. 

6. Bedrijfsschadeverzekering

Deze verzekering sluit qua dekking nauw aan bij de brandverzekering en biedt eveneens dekking tegen uitgebreide gevaren zoals hierboven omschreven. Deze verzekering vergoedt niet de directe schades aan inventaris/goederen of opstallen maar biedt dekking voor de gevolgen van schade aan deze zaken. Indien een gebouw en/of inventaris/goederen na een gedekte schadegebeurtenis geheel of gedeeltelijk verloren is/zijn gegaan, kunnen deze zaken niet meer gebruikt worden waarvoor zij bestemd waren. Als de bestemming tot doel had omzet te genereren en wellicht zelfs winst, dan vallen deze omzet en winst weg zolang de schade niet hersteld is. Gedurende deze tijd hebt u wellicht toch vaste kosten en moet u bijvoorbeeld een vervangende ruimte huren om weer snel te “draaien”.

U derft dus omzet en winst en maakt extra kosten. Welnu, deze omzet/winst en kosten kunt u verzekeren op een bedrijfsschadeverzekering, ook wel “reconstructieverzekering” genoemd. Het te verzekeren belang (bedrag) moet nauwkeurig worden vastgesteld aan de hand van bijvoorbeeld de resultatenrekening van voorgaande jaren. Tevens moet de dekkingsperiode goed worden vastgesteld. Ruwweg kan men zeggen dat dit de tijd is die nodig is om bijvoorbeeld een gebouw weer te herbouwen/herstellen of nieuwe inventaris/goederen aan te schaffen. Ook indien u een gebouw huurt is deze dekking zeer aan te bevelen. Er is zelden een grote inventaris/goedernschade door bijvoorbeeld brand zonder dat het gebouw ook schade heeft (denkt alleen al aan rook/roetschade en waterschade door bluswater). Ook in dat geval zult u elders een tijdelijk onderkomen dienen te organiseren. 


7. Elektronicaverzekering

Deze verzekering is speciaal ontwikkeld voor de gevoelige elektronica. Natuurlijk is elektronica, als onderdeel van de inventaris, mee te verzekeren op een “gewone brandverzekering”. Echter de praktijk leert dat elektronica aan meer gevaren is blootgesteld en dus sneller schade zal oplopen dan gewone inventaris. Denk hierbij aan schade aan elektronica door over- of onderspanning ten gevolge van blikseminslag in de buurt van het gebouw, de zogenaamde inductieschade (een gewone brandverzekering dekt immers alleen de schade ten gevolge van blikseminslag direct in het gebouw waarin de inventaris aanwezig is). Of aan een kop koffie of andere vloeistof die per ongeluk over de computer wordt geknoeid. Of aan het van de tafel of schap vallen van de verzekerde elektronica tijdens een feest in de kantine, zonder dat bekend is wie het gedaan heeft. Al dit soort risico ́s zijn te verzekeren op een elektronicaverzekering. Deze verzekering kan alleen gesloten worden voor gevoelige elektronica, zoals computers, video/audio-apparatuur, alarminstallaties, telecommunicatie-installaties. Wederom geldt de opmerking dat o.a. opzet en zeer grove schuld van de verzekeringnemer zelf of overstromingen en kernexplosie zijn uitgesloten van dekking. Op deze enkele uitsluiting na zijn bijna alle gevaren gedekt. Als aanvulling op deze verzekering kan nog een stukje extra kosten worden meeverzekerd, zoals voor het opnieuw installeren van software, het reconstrueren van verloren gegane gegevens of de kosten voor het tijdelijk vervangen van de apparatuur. 


8. Evenementenverzekering

Deze verzekering dekt de risico’s die zijn verbonden aan de organisatie van een evenement zoals een toernooi, feestavond, lustrum, etc.
De verzekering is opgebouwd uit verschillende modules, waaronder aansprakelijkheid, materiaal, annulering, ongevallen en geld, allen specifiek verband houdend met de organisatie van een evenement. 


Tip:

Maak een actielijst voor de aanpak van uw verzekeringen:

  1. Maak één bestuurslid verantwoordelijk voor verzekeringen, bijvoorbeeld de penningmeester of de voorzitter of diegene die de meest affiniteit heeft met verzekeringen.

  2. Reserveer periodiek (iedere 2 weken/maandelijks) een uurtje om rustig de correspondentie en lopende zaken over verzekeringen door te nemen.

  3. Spaar relevante informatie op (brieven, poliswijzigingen, artikelen, post van verzekeringsmaatschappijen) tot dat moment. Bekijk wel eerst of spoedeisende zaken direct aandacht vragen.

  4. Kijk of het mogelijk is om alle vervaldata van polissen op één datum in het jaar; bijvoorbeeld 1  juli, te laten vervallen. Dat geeft de mogelijkheid om alle polissen in een keer goed te evalueren en te beoordelen. Iedere goede tussenpersoon of verzekeraar biedt deze mogelijkheid.

  5. Breng periodiek beknopt rapport uit aan het bestuur, zodat iedereen geïnformeerd is.

  6. Bekijk of uitbreidingen, wijzigingen in activiteiten van de vereniging of bouwplannen een nieuw of extra risico met zich meebrengen.

  7. Zorg bij opvolging tijdig voor juiste overdracht van de portefeuille aan uw opvolger. 

  8. Zorg dat de vereniging staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en dat de statuten in een notariële akte zijn vastgelegd.

  9. Zorg ervoor dat bestuursleden over voldoende kwaliteiten beschikken. Laat nieuwe bestuursleden tekenen voor ontvangst van Huishoudelijk Reglement en Statuten, dan weet u dat hij/zij deze heeft gekregen en op de hoogte is van de inhoud.

  10. Maak omschrijvingen van bestuurstaken en –bevoegdheden, leg procedures vast. Beschrijf procedures van uitgaven, takenbevoegdheid, kasbeheer en budgetbeheer.

  11. Maak onderscheid tussen uitvoering en controle (penningmeester mag niet in kascommissie zitten).

  12. Bij bijzondere activiteiten de deelnemers of ouders laten tekenen voor akkoord (bijvoorbeeld dat hun kinderen meegaan).

  13. Het totaalbeleid van het bestuur laten dechargeren, dus niet alleen dat van de penningmeester.

Helaas is het alleen mogelijk om vanuit Nederland een reactie te plaatsen.