Ik kan springen en huppelen 2

Bij deze oefening wordt gewerkt aan eenvoudig huppelen, springen en balanceren.

Organisatie

De spelers balnceren op één been met het gezicht naar het net. Ze moeten springen en balanceren in de richting die de trainer/coach roept: noord, zuid, oost, west.

Trainerstips:
- Zorg ervoor dat de spelers de armen wijd houden en dat ze bij de landing de knieën buigen
- Spelers moeten het hoofd op houden en de ogen gefocust
- Begin rustig met kleine sprongenen vergroot gelijdelijk aan de sprongafstand. Bijvoorbeeld van noord naar oost en van noord naar west en uiteindelijk van noord naar zuid.