Ik kan rennen en buigen 1

Met deze oefening ontwikkelen de spelers snelheid, tweezijdigheid, handigheid, rotatie en de coordinatie tussen handen en voeten.

Organisatie

De spelers moeten twee ballen van de ene kegel naar de andere kegel brengen. De ballen moeten opgepakt worden met de ene hand en met de andere hand (de tegenovergestelde hand) weer neergelegd worden.

Trainerstips:
- De spelers moeten starten in een actieve uitgangspositie.
- Probeer ervoor te zorgen dat de voeten tussen de kegels blijven zodat maximale rotatie nodig is bij het oppakken en neerleggen van de bal.
- Spelers moeten laag blijven tijdens het bewegen tussen de kegels en tegelijkertijd naar voren blijven kijken.