Kijkwijzer Rood

Hieronder ziet u een filmpje van de kijkwijzer Rood. Het filmpje geeft u een indruk van het niveau van de Rood 1 en Rood 2 kinderen. Ook kunt u zien hoe de kinderen het spel spelen. Dit laten we zien aan de hand van 'hoe de kinderen het spel starten', 'hoe de kinderen de rally spelen' en 'hoe de kinderen een punt scoren'.

De kijkwijzer gebruiken

De kijkwijzer is een hulpmiddel om een idee te krijgen op welk niveau uw kinderen in de vereniging tennissen. Door de beelden te vergelijken met hoe uw eigen kinderen tennissen krijgt u een beeld van het niveau van uw spelers. Een zeer globale indicatie van het niveau van uw spelers is dat als spelers de bal 'neutraal' heen en weer spelen ze op de juiste baan staan of misschien op een te grote baan. We streven ernaar dat kinderen het volledige spel, inclusief initiatieven nemen, versnellen, vertragen en bv. de tegenstander laten bewegen kunnen spelen. Dit lukt alleen als ze op de juiste baan staan.

Speelsterkte-indicatie niveau 1 en 2

Kinderen van niveau 2 kunnen: - met een zekere vastheid een neutrale rally volhouden - vanaf oranje de meeste ballen met diepte spelen, zodat de tegenstander achter de achterlijn blijft - kunnen af en toe een bal scoren in de ruimte waar de tegenstander niet staat. Kinderen van niveau 1 voegen hier nog iets aan toe: - kunnen de tegenstander naar de hoeken laten lopen, door met goede precisie naar de zijkanten van het veld te spelen - zijn eventueel in staat met vaart te spelen, zodat de tegenstander extra moet rennen naar achteren of naar de hoeken of alleen al door de vaart in controle problemen komt. Bereikt een kind niet de vaardigheid om met de middelen richting en vaart te spelen, dan kan het beter niet in niveau 1 spelen. De weg die dan past is van rood 2 naar oranje 2 naar groen 2.

Extra informatie Rood 2 en Rood 1

Rood 2: Dit is het instapniveau voor het spelen van wedstrijden. Het is pas leuk en zinvol om een kind in te schrijven als het de onderstaande vaardigheden beheerst:
- Een neutrale rally van zo'n 5 slagen kunnen volhouden.
- Onderhands of en liefst bovenhands de bal kunnen serveren op de goede helft van het speelveld (= cross).
- Het kind moet genoeg zelfvertrouwen hebben om zonder de ouders te durven spelen tegen onbekende kinderen (er is wel altijd begeleiding op de baan).

De betere spelers in rood 2 kunnen nog iets meer:
- De tegenstander met diep in het veld geplaatste ballen achter in het veld houden.
- Af en toe een punt scoren in de ruimte die de tegenstander 'open' laat.

Rood 1: De spelers in rood 1 kunnen al een compleet spel spelen. De volgende elementen zien we regelmatig in het spel:
- De tegenstander naar de zijlijn laten rennen met scherp geplaatste ballen.
- Het kind kan zelf onder de druk van het rennen ballen terugspelen (lopen en slaan).
- Het kind kan gemakkelijke ballen strak en met vaart terugspelen.
- In de netpositie kan het een geplaatste volley spelen.
- Serveren met iets vaart en richting cross in het halve veld.