Tenniscoach en sportpsychologe over het voorkomen van wedstrijdspanning

Best practice door: Tenniscoach en sportpsychologe Simone Schilder

Beschrijving van het probleem en/of de aanleiding voor deze best practice

Tenniscoach en sportpsychologe Simone Schilder: “Tennistrainers signaleren regelmatig dat een speler moeite heeft om om te gaan met spanning. Dat zie je bijvoorbeeld wanneer het wedstrijdniveau veel lager ligt dan het trainingsniveau. De volgende vraag is: wat kun je daar als trainer op de baan aan doen? We werken veel aan techniek en tactiek en ook wordt er veel getraind op fysiek gebied. Het mentale gedeelte krijgt echter veel te weinig aandacht – of pas als iets een probleem is. Maar waarom zou je als trainer wachten tot een speler dertig keer tegen hetzelfde mentale probleem aanloopt en hierdoor wedstrijden verliest?”

Beschrijving van de oplossing die heeft geleid tot deze best practice

“Spelers krijgen in de wedstrijd te maken met spanning, met druk. Daar moeten zij mee leren omgaan. De mentale ontwikkeling zou dan ook standaard een onderdeel moeten zijn van de opleiding. In de praktijk is dat echter voor lang niet alle talentvolle spelers het geval. In mijn ogen zou het goed zijn om hier met alle getalenteerde spelers vanaf 11, 12, 13 jaar mee te beginnen, heel speels. En dat hoeft heus niet elke week, maar bijvoorbeeld eens per drie weken.

Natuurlijk, je kunt van een tennistrainer niet verwachten dat hij net zoveel kennis heeft over mentale processen als een sportpsycholoog. Gedachtentraining, hoe je niet-functionele gedachten kunt omzetten, is bijvoorbeeld best lastig. Maar er zijn ook enkele nuttige technieken die je als tennistrainer prima kunt toepassen en waarvoor je geen sportpsychologie gestudeerd hoeft te hebben. Een goed voorbeeld daarvan zijn ademhalingsoefeningen. Tennis is een sport met veel rustmomenten ertussen; tussen elke rally heb je een korte rustperiode, evenals bij het wisselen van kant en tussen de sets. Je kunt deze momenten benutten voor het toepassen van een goede buikademhaling. Daarbij adem je rustig door je neus in. Hierbij maak je je buik dik, terwijl je borst en schouders niet bewegen; je schouders blijven laag. Van je mond maak je een tuutje, waardoor je vervolgens heel rustig uitademt; alsof je door een ventieltje je buik langzaam laat leeglopen.

Beschrijving van het resultaat voor de vereniging van deze best practice

Spelers die deze buikademhaling hebben aangeleerd, kunnen op deze manier hun hartslag naar beneden brengen. Ik heb dit uitgeprobeerd met mijn eigen spelers. Zij hebben wedstrijden gespeeld met hartslagmeters en daaruit bleek dat het werkt. Door goed vanuit je buik adem te halen krijg je bovendien meer zuurstof, die je nodig hebt voor een goede coördinatie en concentratie. Met behulp van een goede ademhalingstechniek kun je zowel lichamelijk als geestelijk herstellen.