Amsterdamse politiek erkent noodzaak: zes nieuwe tennisbanen per jaar

Het is haast een schoolvoorbeeld van hoe sportorganisaties dingen gedaan kunnen krijgen in de lokale politiek. Al in 2015 concludeerde de KNLTB na onderzoek dat het aantal tennisbanen in Amsterdam te ver achterbleef bij de vraag. Gesprekken tussen de KNLTB, de voorzitter van de Districtsraad IJmond Victor Frequin en de gemeenteraad leidden tot een motie: de komende jaren moeten er per jaar minstens zes  nieuwe banen worden aangelegd. 

Tennis groeit hard in Amsterdam. Dat is op zich een geweldige ontwikkeling voor een sport die de afgelopen jaren landelijk leden verloor. Maar wat als er gewoonweg geen ruimte meer is om al die nieuwe tennissers plek te bieden om te spelen? Wachtlijsten in Amsterdam worden alleen maar langer en te veel mensen die graag met tennis willen beginnen, moeten worden teleurgesteld. Geen wonder, zo concludeerde de KNLTB. Onderzoek wees uit dat er in Amsterdam momenteel één tennisbaan op 3.522 inwoners ligt, terwijl er in elke andere gemeente twee keer zoveel banen liggen.

‘Kleine stapjes’

En dus startte de tennisbond een lobby die nu, meer dan twee jaar later, zijn vruchten lijkt af te werpen. “We zijn destijds begonnen bij de wethouder Sport in Amsterdam. Hij gaf aan dat we ook zeker moesten gaan praten met de fracties van de VVD en D66”, zegt Arie-Martijn Schenk, Accountmanager van de KNLTB in het district IJmond en Leiden. “We zijn bij die partijen in contact gekomen met de woordvoerders Sport. Vanaf dat moment hebben we steeds kleine stapjes gemaakt. Tussendoor zijn zelfs andere mensen de post van woordvoerder Sport bij die partijen gaan bekleden. Kortom; het was een lang traject, het was een kwestie van volhouden.”

Goed moment

Er is zeker iets te bereiken voor de clubs en de tennissport in de lokale politiek, zo blijkt uit de inspanningen in Amsterdam. En nu, een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen, is een prima moment om in actie te komen en met mensen in gesprek te gaan. “En dan gewoon een lange adem hebben”, zegt Schenk. “De zaak warm houden, in gesprek blijven, volhouden. Het zullen steeds kleine stapjes zijn, maar uiteindelijk kun je echt iets bereiken, dat blijkt wel.”

In Amsterdam ligt er nu dus een motie om jaarlijks het aantal banen uit te breiden en die motie wordt vrijwel zeker aangenomen. Dan is de vraag echter waar de banen moeten komen. Schenk: “Ook dat is een uitdaging, lang niet elke vereniging heeft ruimte om uit te breiden. Aan de rand van de stad is in dat opzicht meer mogelijk dan meer richting het centrum, maar dan moet je ook de bereikbaarheid goed in het oog houden. We moeten er goed over nadenken.”