‘Talenten gaan vooral elkaar beter maken’

De ambitie werd al eerder uitgesproken door de KNLTB: Nederland moet op termijn weer behoren tot de top tien tennislanden ter wereld. Onderdeel van die missie is herstructurering van de Bonds Jeugdopleiding en in dat opzicht werd vorige week een belangrijke stap gezet. In Spijkenisse werden de zes tennisscholen gepresenteerd die in de nieuwe opzet de opleiding van talenten van 12 tot en met 18 jaar voor hun rekening nemen. De KNLTB gaat in zee met Approach (Enschede), Burgersdijk Tennis (Wateringen), Dutch Tennis Academy (Alphen aan den Rijn), Intime Tennis Academy (Zoetermeer), Tennis Academy Van Gelderen (Middenbeemster) en Tennis Academy Van Hulst (Valkenswaard). 

‘Stevige ambitie’

De tennisbond maakte al veel eerder duidelijk het bij hervorming van de jeugdopleiding toe wil naar een landelijk netwerk van gecertificeerde tennisscholen waarover de bond de regie heeft, maar waarin de scholen de opleiding, in samenwerking met elkaar,  voor hun rekening nemen. Het netwerk wordt straks dan ook gecompleteerd door ongeveer dertig tennisscholen die onder toezicht van de bovenbouwscholen talenten in de leeftijdscategorie onder de twaalf jaar gaan trainen. “We willen weer behoren tot de top tien tennislanden van de wereld. Dat is een stevige ambitie, maar als je topsport bedrijft, is dat ook noodzakelijk”, stelde Directeur Sportief van de KNLTB Jan Siemerink in Spijkenisse, waar op dat moment het First Services Jeugdranglijsttoernooi werd gespeeld. “We willen vooruit. In vergelijking met twintig jaar geleden is het tennislandschap ingrijpend veranderd en dus moeten we een aantal zaken ook anders aanpakken. De jeugdopleiding is er daar een van.” Door de grondige selectieprocedure, uitgevoerd in samenwerking met onafhankelijk adviesbureau NMC Bright, is de KNLTB er zeker van dat bij de vastgelegde scholen alle faciliteiten voor een goede opleiding voorhanden zijn. Tennissers kunnen daar profiteren van de beste trainers, trainingen met de grootste Nederlandse talenten, het spelervolgsysteem KNLTB TennisLife en een financiële tegemoetkoming voor de allerbesten.

Elkaar beter maken

Alex Reijnders, Prestatiemanager Tennisscholen bij de bond, hief in Spijkenisse eveneens het glas op een succesvolle samenwerking. Als voormalig coach van onder meer Sjeng Schalken, Paul Haarhuis en Jacco Eltingh zag hij van dichtbij hoe de grote Nederlandse tennisnamen uit de jaren negentig al van jongs af aan veel samen trainden, elkaar uitdaagden en elkaar zo beter maakten. “Dat effect willen weer bewerkstelligen. We willen weer echte groepen van talenten trainen en zo zorgen dat kinderen vooral elkaar beter gaan maken. Dat proces zien we nog te weinig. Als je tegenover je trainer ballen staat te slaan, is dat toch anders dan dat je een aantal sterke concurrenten om je heen hebt en moet knokken om je trainingspartijtje te winnen. Als je met de grootste talenten van Nederland traint, moet je het onderste uit de kan halen om te laten zien wat je kan. En je leert veel van elkaar. Die aspecten willen we terug!”

De reden voor het feit dat die manier van trainen maar weinig wordt gehanteerd, is volgens Reijnders helder: “Versnippering. Veel kinderen trainen met een privéleraar of in een kleine groep. Dat is prima als aanvulling, maar niet als basis. Bovendien wordt het onbetaalbaar voor ouders. We moeten de betere spelers weer zo veel mogelijk bij elkaar brengen. Dat is niet alleen goed voor ontwikkeling van de tenniskwaliteiten, maar is ook een voedingsbodem voor een ware topsportmentaliteit. Als je op de training elke dag moet knokken voor je plekje, word je klaargestoomd voor de internationale top. Want daar moet je ook elke wedstrijd tot het uiterste willen gaan.”

In het belang van tennis

Reijnders bezocht alle kandidaat-scholen persoonlijk. Hij hoopt dat ook de scholen die nu zijn afgevallen, zich verbonden blijven voelen met het doel van de KNLTB. “Er zijn in de toekomst nieuwe kansen, want het staat niet vast dat we over een aantal jaar nog met dezelfde selectie scholen werken. De tennisscholen die nu zijn aangesloten, moeten ook goed werk blijven leveren om aan de eisen te voldoen. Ook dat is topsport. Wij hebben bij die scholen die het nu (net) niet redden, duidelijke ontwikkelpunten aangegeven. Dat motiveert ook om vooruit te gaan.” Reijnders heeft echter het volste vertrouwen in de scholen die nu zijn gecertificeerd. “De vraag lag nu op tafel; hoe graag wil je als school of trainer zelf, hoezeer ben je bereid bij te dragen aan dit doel, om een extra stap te doen en samen te werken met collega’s in het belang van de tennissport. De trainer die denkt dat hij of zij elk geïnvesteerd uur altijd betaald krijgt, komt bedrogen uit. Je moet het ook voor de sport willen doen. De mensen die wij nu bij elkaar hebben, zijn uit het goede hout gesneden, zijn helemaal gek van tennis en hebben allemaal de ambitie om het maximale uit hun spelers te halen.”

De selectieprocedure van de onderbouwscholen, waarbij de bovenbouwscholen nadrukkelijk worden betrokken, loopt momenteel en moet in augustus worden afgerond, waarna in september het volledige netwerk van tennisscholen een feit is.